Benchmarking dierenartsen (update)

Benchmarking voor dierenartsen verandert

In de meeste dierhouderijsectoren is het antibioticumgebruik de afgelopen jaren sterk gedaald. Dat betekent dat er qua gebruik en voorschrijven van antibiotica meer bedrijven en dierenartsen in het streefgebied zitten. Voor bedrijven is eerder al een nieuwe benchmarksystematiek ingevoerd. Ook de systematiek voor dierenartsen vraagt om aanpassing. Het SDa-expertpanel heeft hierover een notitie geschreven.
Daarnaast heeft het expertpanel een Standard Operating Procedure (SOP) opgesteld en waarin de berekening van de benchmark voor dierenartsen nader wordt toegelicht.

De nieuwe methode voor benchmarking voor dierenartsen gaat in op 1 januari 2021. De SDa zal in het rapport over het antibioticumgebruik van 2021 -dat in 2022 verschijnt- de resultaten op basis van de nieuwe methode weergeven. Dit artikel beschrijft kort de oude systematiek en uitgebreid de nieuwe systematiek. De nieuwe Veterinaire Benchmark Indicator (VBI) wordt berekend op basis van dierdagdoseringen. De nieuwe VBI is te interpreteren als het aantal dagen dat een gemiddeld dier wordt behandeld door zijn verantwoordelijke dierenarts, aangezien deze maat direct gerelateerd is aan de dierpopulatie van de dierenarts. Het is een voor de dierenarts makkelijk te interpreteren maat, en voor dierenartsen worden dezelfde benchmarkwaarden aangehouden als voor de diersectoren.  

De oude methode: op basis van de Relatieve Prescriptie Ratio’ tot 31 dec 2020. Hierover wordt nog in 2021 gerapporteerd
De oude VBI van een dierenarts beschreef de kans dat een bedrijf, waar de dierenarts verantwoordelijk voor was, wat betreft hun antibioticumgebruik in het actiegebied voor bedrijven vielen. De VBI werd berekend op basis van de verdeling (het gemiddelde en de standaarddeviatie) van de Relatieve Prescriptie Ratio (RPR’s) van de bedrijven van de betreffende dierenarts. De RPR gaf de ratio weer tussen het antibioticumgebruik op een bedrijf (DDDAF) en de van toepassing zijnde actiewaarde voor dat bedrijf. Volgens de streefwaarde die de SDa heeft vastgesteld is het voorschrijfpatroon acceptabel als minder dan 1 op de 10 van deze bedrijven zich in het actiegebied bevindt (veterinair streefgebied < 0,1). Volgens de door de SDa vastgestelde actiewaarde schrijft een dierenarts teveel antibiotica voor als globaal 1 op de 3 van bedrijven zich in het actiegebied bevindt (veterinair actiegebied: > 0,3).
Nu een aanzienlijk aantal bedrijven niet of nauwelijks meer antibiotica gebruikt is de oude VBI een minder geschikte indicator en is een systematiek op basis van dierdagdoseringen een betere keuze.

De nieuwe methode: op basis van dierdagdoseringen
De nieuwe VBI beschrijft het voorschrijfpatroon van antibiotica door een dierenarts in een specifieke diersector/diercategorie. De nieuwe VBI is de som van de behandelbare kilogrammen dier die gedurende een jaar zijn voorgeschreven voor alle dieren op alle bedrijven waarmee de dierenarts een één-op-één relatie heeft, gedeeld door het gemiddeld aantal kilogrammen dier op al deze bedrijven.
Deze indicator geeft het absolute voorschrijfgedrag per dierenarts weer en geeft inzicht in verschillen in het voorschrijfpatroon van dierenartsen. Het is overigens geen compleet nieuwe indicator; al enige jaren berekent het SDa-expertpanel de DDDAVET en voegt deze toe aan de jaarlijkse rapportages.

Een groot voordeel van het gebruik van de nieuwe VBI is dat deze direct te relateren is aan de DDDAF (“Defined Daily Dose Animal” per farm per year). Net zoals de DDDAF is de nieuwe VBI makkelijk te interpreteren en geeft deze de hoogte van het antibioticumgebruik precies weer. De nieuwe VBI beschrijft het gemiddeld aantal dagen per jaar dat de dierenarts voor een dier antibiotica heeft voorgeschreven. Daarbij gaat het om een dier van een veehouder waarmee de dierenarts een één-op-één relatie heeft.

De VBI wordt berekend per diercategorie, een varkensdierenarts krijgt bijvoorbeeld 3 VBI’s, een voor de zeugen/biggen, een voor de speenbiggen en een voor de vleesvarkens.

Bedrijfsgrootte en de nieuwe VBI
De nieuwe VBI is een gewogen maat. Door de berekeningsmethode telt het  antibioticumgebruik op grote bedrijven namelijk zwaarder mee dan op kleine bedrijven. Grote bedrijven hebben dus een sterkere invloed op de VBI van een dierenarts.

Hoog gebruikers uitgezonderd
Structureel hoog gebruikende bedrijven worden niet meegenomen de nieuwe berekeningswijze. Dit zijn bedrijven die in twee achtereenvolgende jaren met het antibioticumgebruik boven de actiewaarde uitkomen. Volgens afspraak wordt er door de sectoren in nauwe afstemming met de dierenartsen voor deze bedrijven specifiek beleid ontwikkeld om het gebruik te verlagen.

Benchmarkwaarden bij de nieuwe VBI
De nieuwe systematiek gebruikt dezelfde benchmarkwaarden voor het actiegebied als de benchmarkwaarden die voor de bedrijven gehanteerd worden (zie tabel 1). Indien een sector overgangswaarden heeft afgesproken met het ministerie van LNV dan gelden deze overgangswaarden ook voor dierenartsen, vergelijkbaar met de benchmarking voor bedrijven. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vleeskuiken- en varkenssector.

Direct Contact?

  
088 - 03 07 222
Of vul het contactformulier inNeem contact op